Instellingen

Wij maken gebruik van cookies. Lees meer hierover in ons privacyverklaring(opent in nieuw tabblad). We respecteren privacy, daarom geven we controle over de manier waarop we met gegevens omgaan.

Altijd actief
 
 
 
 

Geen cookies weer te geven

 

Geen cookies weer te geven

Paralympic Science Support NL logo Topsport Topics

Verslag Elite Class Paramedici: Voedingsbehoefte van Paralympische Sporters: Het ParaNut Project

Donderdag 6 februari organiseerde Chef-arts paralympisch Hiske Kneepkens een elite-class voor para-medici van de paralympische TeamNL programma’s. Paralympic Science Support NL was aanwezig en heeft verslag gelegd van vier thema’s die aan bod kwamen. In een vierluik zijn alle onderwerpen terug te lezen. Spreker Jan-Willem van Dijk (Docent-onderzoek HAN / Teamleider sportvoeding) sprak over de rol van voeding bij prestaties van paralympische sporters.

Voeding speelt een cruciale rol in de prestaties en gezondheid van paralympische sporters. Door hun unieke lichamelijke omstandigheden, zoals een dwarslaesie, spasticiteit of amputatie, hebben zij vaak een andere energiebehoefte dan valide sporters. Het ParaNut Project richt zich op het optimaliseren van voedingsadvies voor paralympische atleten door inzicht te krijgen in hun energieverbruik, voedingsinname, lichaamssamenstelling en botgezondheid. Hieronder volgen enkele opgedane inzichten:

Energieverbruik bij Paralympische Sporters

Paralympische sporters hebben een matig tot hoog energieverbruik, afhankelijk van hun fysieke beperking en sportdiscipline. Het totale dagelijkse energieverbruik (Total Daily Energy Expenditure, TDEE) wordt beïnvloed door:

  • Vetvrije massa (Fat-Free Mass, FFM): Hoe meer FFM, hoe hoger het energieverbruik. Dit verklaart ook deels waarom het energiegebruik lager kan worden bij condities zoals spieratrofie, amputaties, of rolstoelgebruik.
  • Duur en intensiteit van training: Langere en intensievere trainingen verhogen de energiebehoefte.
  • Type beperking: Sporters met een dwarslaesie of spina bifida hebben doorgaans een lager energieverbruik.

Door middel van doubly labeled water-techniek (een nauwkeurige methode om energieverbruik te meten) werd vastgesteld dat het energieverbruik bij sporters met een dwarslaesie significant lager is dan bij sporters zonder dwarslaesie. Het dagelijks energiegebruik kan bovendien worden geschat met een nieuwe voorspellingsformule.

Voedingsinname en Macronutriënten

Uit de analyse van voedingsdagboeken (24h recalls, gestandaardiseerde manier van voedingsuitvraag) blijkt dat veel paralympische sporters ongeveer 20% minder energie rapporteren dan ze daadwerkelijk binnenkrijgen. Dit wijst op onderrapportage, een veelvoorkomend probleem in voedingsonderzoek. Ondanks de onderrapportage geeft de voedingsanalyse belangrijke praktische inzichten: 

  • Eiwitinname is over het algemeen ruim voldoende (gemiddeld 1,8 g/kg lichaamsgewicht).
  • Koolhydraatinname is in veel gevallen onvoldoende, wat nadelig kan zijn voor de sportprestaties.
  • Een (te) grote focus op eiwitinname, gaat mogelijk ten koste van een adequate koolhydraatinname. Sportdiëtisten moeten alert zijn op een adequate koolhydraatinname, vooral bij duur- en krachtsporters.

Botgezondheid bij Paralympische Sporters

Een belangrijk aandachtspunt binnen het onderzoek was de botgezondheid. Sporters met een dwarslaesie of die rolstoelafhankelijk zijn, hebben een hoger risico op een lage botmineraaldichtheid (BMD), vooral in de heupregio.

Belangrijkste bevindingen:

  • 21% van de sporters heeft een lage BMD in het hele lichaam.
  • 31-34% heeft een lage BMD in de heup of dijbeenhals.
  • Rolstoelafhankelijkheid, lichaamsgewicht en type sport beïnvloeden BMD in de heupregio.
  • Rolstoeltennis en rolstoelbasketbal, die worden gekenmerkt door draaibewegingen van de romp, blijken een beschermend effect te hebben op de botgezondheid van de wervelkolom.

Dit benadrukt het belang van gerichte krachttraining en voedingsstrategieën om botgezondheid te ondersteunen.

Bloedsuikerregulatie en Glycemische Controle

Bij paralympische wielrenners werd continue glucosemonitoring (CGM) ingezet om schommelingen in de bloedsuikerspiegel te meten.

Belangrijkste inzichten:

  • Milde verhogingen van de bloedsuikerspiegel (milde hyperglycemie,>7.8 mmol/L) komen, regelmaat voor overdag, vooral na maaltijden en tijdens training. Sterke verhogingen van de bloedsuikerspiegel (ernstige hyperglycemie, >10.0 mmol/L) komen echter nauwelijks voor. 
  • Sporters met een dwarslaesie hebben een verhoogd risico op nachtelijke hypoglycemie, oftewel een te lage bloedsuikerspiegel. Dit heeft mogelijk consequenties voor de slaapkwaliteit.
  • De nauwkeurigheid van CGM neemt sterk af tijdens intensieve inspanning, vooral bij handbikers waar de sensor dicht bij actieve spieren zit. Het is daarom niet verstandig om de voedingsstrategie aan te passen op de bloedsuikerwaarden die worden gemeten tijdens inspanning.

Praktische tips voor coaches en sporters

Om paralympische sporters optimaal te begeleiden en hun prestaties en gezondheid te verbeteren, kunnen coaches en sporters rekening houden met de volgende adviezen:

Voedingsstrategieën
  • Zorg voor voldoende koolhydraatinname, vooral bij duur- en krachtsporters, om energiegebrek en prestatieverlies te voorkomen.
  • Controleer botgezondheid regelmatig, vooral bij rolstoelafhankelijke sporters, en overweeg suppletie van vitamine D en calcium indien nodig.
  • Pas continue glucosemonitoring alleen toe met een specifiek doel, bijvoorbeeld bij verdenking op nachtelijke hypoglycemie. De methode lijkt echter nog niet geschikt om een voedingsstrategie tijdens inspanning te kunnen bepalen.
  • Wees je bewust van onderrapportage bij voedingsregistraties, voedingsregistraties zullen nooit een compleet beeld geven van de daadwerkelijk energie- en voedingsinname.
Trainingsaanbevelingen
  • Stimuleer krachttraining om spiermassa en botgezondheid te behouden, vooral bij sporters met een verhoogd risico op lage botmineraaldichtheid.
  • Pas trainingsintensiteit en voedingsinname aan op basis van de individuele energiebehoefte, vooral bij rolstoelgebruikers en sporters met neurologische aandoeningen.

Zorg voor een holistische aanpak waarbij training, voeding en herstelstrategieën goed op elkaar zijn afgestemd.


Topsport
verslag