
Lees hier de andere drie verslagen over de volgende thema’s:
De normale blaasfunctie
De nieren spelen een grote rol bij de blaasfunctie, zij zorgen voor de toestroom van urine naar de blaas en vervolgens weer naar buiten. Bijna 100% van de tijd zijn we bezig met het opslaan van de urine en het legen gebeurd normaal maar een paar keer per dag (4-5x per 24 uur). De blaascontrole verloopt via het autonome zenuwstelsel (parasympatisch S2-S4, orthosympathisch T10-L2) en het willekeurige zenuwstelsel (S2-S4).
- Detrusor (blaasspier, orthosympatisch): ontspannen bij opslag, aanspannen bij urineren.
- Sfincter (sluitspier, parasympatisch): normaal aangespannen, ontspant bij urineren.
Problemen
Blaasspieren kunnen te hard of te zacht werken, wat kan leiden tot problemen, zoals verhoogde druk in de blaas en mogelijke schade aan de nieren. Vaak is er sprake van een mengbeeld. Problemen kunnen worden vastgesteld met een urodynamisch onderzoek.
Detrusor werkt te hard:
- te hoge druk in de blaas
- stuwing van de nieren
- overloopincontinentie
Behandelmethode: katheteriseren, medicatie, incontinentiemateriaal.
Detrusor is te slap (vaak aanwezig bij lage laesie):
- detrusor kan niet worden gebruikt
- stuwing van de nieren
- overloopincontinentie
Behandelmethode: katheteriseren, medicatie, incontinentiemateriaal.
Sphincter werkt te hard:
- de sfincter kan niet ontspannen
- (risico) stuwing van de nieren
- niet kunnen plassen
Behandelmethode: kathereriseren, medicatie, botox, stoma.
Sphincter is te slap:
- (risico) niet kunnen sluiten van de blaas
- incontinentie
Behandelmethode: incontinentiemateriaal, uritip
Behandelmethode opstellen
Behandelingsopties omvatten medicatie om de blaasspieren te ontspannen of aan te spannen, en in sommige gevallen chirurgische ingrepen. Botox is ook mogelijk t, maar met afwegingen. Voordat een behandeling kan starten is het van belang om goed en grondig onderzoek te doen en het probleem te identificeren. Daarnaast is het nodig om inzicht te krijgen in de zelfstandigheid van het individu, is er sprake van een handfunctie, is alleen naar het toilet gaan mogelijk etc. Uiteindelijk is de keuze van de behandeling aan het individu en wordt samen met de uroloog een blaasbeleid voor lange termijn opgesteld.
Veelvoorkomende Complicaties
- Urineweginfecties: Vaak veroorzaakt door onvoldoende blaaslediging of vochtinname. Preventie: hygiënisch katheteriseren, voldoende drinken en regelmatige controle door een uroloog.
- Nycturie: Verhoogde nachtelijke urineproductie, vooral bij sporters met afwezige beenfunctie of hoge omgevingstemperaturen. Dit kan de slaap verstoren en medicatie kan een oplossing bieden.
- Autonome Dysreflexie (AD): Levensbedreigende reactie bij een dwarslaesie van T6 of hoger, kan getriggerd worden door een volle blaas. Snelle aanpak van de oorzaak (bijv. legen van de blaas) is cruciaal.
Darmproblematiek
Sporters met een dwarslaesie hebben vaak verstoorde peristaltiek (darmproblemen), wat kan leiden tot obstipatie (58%), buikpijn (31%), opgezette buik (32%), aambeien (22%) en incontinentie (49%).
Behandelingen omvatten laxeermiddelen, darmspoelingen en in sommige gevallen chirurgische ingrepen. Een vezelrijk dieet en voldoende vochtinname zijn essentieel voor het voorkomen van obstipatie en het bevorderen van een gezonde darmfunctie.
Houd er rekening mee dat veranderingen in het darm- en laxeerbeleid tijd nodig hebben om effect te hebben. Wacht minimaal zeven dagen voordat je de aanpassingen evalueert. Daarnaast is regelmaat essentieel voor een goede darmregulatie. Voor meer informatie, raadpleeg de richtlijn.
Praktische tips voor coaches en sporters
Om sporters met een dwarslaesie optimaal te ondersteunen en hun prestaties te verbeteren, is het essentieel om blaas- en darmproblematiek proactief te managen. Coaches en sporters kunnen rekening houden met de volgende punten:
Blaasmanagement
- Stimuleer een regelmatige en volledige blaaslediging om infecties en stuwing te voorkomen.
- Let op signalen, zoals verhoogde spasticiteit, wat kan wijzen op een urineweginfectie.
- Voldoende hydrateren blijft cruciaal, ook tijdens wedstrijden en trainingen, ondanks mogelijke ongemakken van katheterisatie.
- Bij frequent nachtelijk plassen kan overleg met een uroloog over medicatie, zoals desmopressine, uitkomst bieden.
Darmmanagement
- Zorg voor een vaste routine in maaltijden en toiletbezoek om obstipatie te minimaliseren.
- Vezelrijk eten en voldoende drinken dragen bij aan een gezonde darmwerking.
- Houd rekening met de noodzaak van laxeermethoden of darmspoelingen indien nodig en geef het lichaam de tijd om aan veranderingen te wennen.
Algemeen en sportprestaties
- Maak incontinentie bespreekbaar, zodat sporters zich comfortabel voelen om hulp te vragen en passende oplossingen te zoeken.
- Optimaliseer hygiëne, vooral bij katheterisatie en darmmanagement tijdens wedstrijden en reizen.
- Test verschillende materialen, zoals incontinentieproducten en pas deze aan op de sportactiviteit.
- Stimuleer regelmatige medische controles om problemen vroegtijdig te signaleren en te behandelen.